Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

1554 Cruijdeboeck met transcriptie (overgeschreven)
A | B | C | D | E | F | G| H | IJK | L | M | N | O | P | QR | S | T | U | V | WXYZ

Voorwerk Nederlandse, Duitse, Franse, apothekers-, Latijnse en Griekse namen

Deel 1 Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe Planten Alfabetisch

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5

Deel 6

Register van die cracht der Cruyden
 
Oude Nederlandse namen
* Project Dodoens
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 18-02-2015

«  Cruijdeboeck deel 1 capitel 8, bladzijde 17-19  Zie volgende pagina »

Van Clissen.   Cap. viii.

1  
Arctium lappa - Grote klit
2  

Xanthium strumarium - Late stekelnoot

 

Tgheslacht

Clissen zijn tweederleye/ hier te lande seer ghemeyn. Die eene zijn die groote Clissen/ ende die andere die cleyne Clissen/ daer af Dioscorides in diversche plaetsen gheschreven heeft/ die wy onder een capittel ghestelt hebben om die ghelijckenisse zoo van den Naem als van Fatsoene.

Tfatsoen

Arctium lappa - Grote klit

Foto Martin Stevens

Foto Martin Stevens

Zie alle foto's van Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Arctium, Personatia, Personata, Dardana (Bardana maior, Lappa maior), groote Clissen

  • 1644 Vlaams: Klissen (Groote), Klissencruydt (Groot)
  • 1616 Latijn: Bardana sive Lappa maior [38]
  • 1554/1557: Arctium, Bardana maior, Bardane (grande), Clissen (groote), Dardana, Gletteron, Glouteron (grand), Groszkletten, Lappa maior, Personata, Personatia

Overzicht Arctium lappa op deze site

Alle foto's van Arctium lappa op internet

Arctium lappa bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Arctium lappa in Plantago PlantIndex

[18]   1   Die groote Clissen hebben seer breede ende langhe bladeren/ grooter dan der Cauwoorden bladeren: van coluere swartgruene/ en op dander zijder ter eerden waerts aschvervwich. Die steel es ront/ hol/ wit ghemenght met purper root/ ende heeft veel aenwassende sijde scuetkens en tacxkens/ met cleynen bladerkens beset/ daer aen wassen ronde bollekens vol van cromme haecxkens daer mede dat zy aen die cleederen blijven hanghen/ die als zy open gaen en bloeyen/ voortbrenghen schoon purperroode hayrachtighe bloemen. Die wortel es slecht en lanck/ buyten swart en binnen wit/ ende heeft eenen bitteren smaeck.

Xanthium strumarium - Late stekelnoot

Zie alle foto's van Blaich

Xanthium (Lappa minor, Lappa inversa), cleyne Clissen (Bedelaers luysen)

  • 1644 Vlaams: Bedelaersluysen, Klissen (Kleyne), Klissencruydt (Kleyn)
  • 1616 Latijn: Xanthium [39]
  • 1554/1557: Betelersleusz, Betlertszleusz, Clissen (cleyn), Glouteron aigu, Glouteron (petit), Lappa inversa, Lappa minor, Lappe petite, Lappe renversée, Spitzkletten, Xanthium

Overzicht Xanthium strumarium op deze site

Alle foto's van Xanthium strumarium op internet

Xanthium strumarium bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Xanthium strumarium in Plantago PlantIndex

2   Die cleyne Clissen draghen aschvervwighe bladeren/ den bladeren van Melde ghelijck/ rontsomme wat ghekertelt. Hueren steel wast onderhalven voet hooghe/ ende es met veel swerte ticxkens besprayet/ en verdeylt hem in veel andere steelkens. Tusschen den bladeren ende den steelkens wassen iii oft iiii cliskens by een die van fatsoene lanckachtich zijn/ ghelijck een cleyn Olive oft Carnoillie/ rontsomme met scerpe dornekens beset daer mede dat zy aen die cleederen blijven hanghende. In tmiddel der Clissen coempt een cleyn croonken voort/ luttel hoogher wassende dan die Clissen/ ende daer op wassen seer cleyn bloemkens/ die als zy open ghegaen zijn verdwijnen en met den croonken afvallen/ ende dan wassen die cleyne cliskens voort/ ende bringhen lanckachtich saet/ maer

 

[19]   selve en gaen zy niet open noch en bloeyen niet/ anders dan zoo voorschreven es. Die wortel es root en vol veeselinghen.

Plaetse

Die Clissen wassen gheerne by den weghen/ aen den canten van den velden/ in ongheboude plaetsen/ en in verdroochde grachten.

Tijt

In Hoymaent ende in Oogstmaent/ zoo coemen beyde die gheslachten van Clissen voort.

Naem

1   Die groote Clissen heeten in Griecx Arcteion/ Arcton/ en Prosopion. In Latijn Personatia/ Personata en Arctium, by Apuleium oock Dardana. In Apoteken Bardana maior en Lappa maior. In Hoochduytsch grosz Kletten/ In Franchois Glouteron ou Gleteron.

2   Die cleyne Clissen worden gheheeten in Griecx Xanthion en Phasganon/ in Latijn Xanthium, in der Apotheken Lappa minor en Lappa inversa/ in Hoochduytsch Betlertsz/ Leusz/ en spitz Kletten/ dat es bedelaers luysen en cleyne Clissen.

Natuere

Groote Clissen zijn verdrooghende ende verteerende. Die cleyne zijn van ghelijcker natueren/ ende daer en boven noch werm.

Cracht en werckinghe

1
  Tsap van den grooten Clissen met huenich ghedroncken/ doet water maken/ en die urina lossen/ ende es seer goet teghen die pijne en weedom der blasen.

B   Met ouden wijn ghedroncken eest goet teghen alle beten en steken van alle fenijnnighe ghedierten/

C   Die bladeren ghestoten met sout/ zijn seer goet op den beet oft steeck van slanghen/ verwoede honden/ ende andere fenijnnighe ghedierten.

D   Tpoeder van den sade xl daghen met seer goeden wijn ghedroncken/ es seer profijtelijck den ghenen die dat Sciatica hebben.

E   Die wortel een Drachma (dat es een vierendeel loots) swaer met keernen van Pijnappel nootkens/ ghestooten ende ghedroncken/ es een costelijcke medecijn voor den ghenen die etter en bloet spouwen.

F   Zy es oock goet ghestooten ende opgheleyt den ghenen die groote pijne in haer leden hebben/ duer dat die beenen en leden ghebroken ende ghequetst zijn gheweest.

G   Die groene bladeren ghestooten ende met wit van den eye ghemenght/ heylen verbrantheyt/ ende zijn goet op alle oude ulceratien gheleyt.

2
H   Tsap van den cleynen ghedroncken/ wordt oock ghepresen/ voor den ghenen die van eenighe fenijnnighe ghedierte ghebeten zijn/ ende dijsghelijck oock voor den ghenen die met den steen oft graveel ghequelt zijn/ alsmen het tselve sap met witten wijn in neempt.

I   Die cleyne Clissen ghestooten/ zijn goet teghen alle coude gheswellen daer op gheleyt/ want sy verteeren ende doen alle coude vochticheden sceyden en verdwijnen.

 

^Naar het begin van deze pagina