Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

1554 Cruijdeboeck met transcriptie (overgeschreven)
A | B | C | D | E | F | G| H | IJK | L | M | N | O | P | QR | S | T | U | V | WXYZ

Voorwerk Nederlandse, Duitse, Franse, apothekers-, Latijnse en Griekse namen

Deel 1 Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe Planten Alfabetisch

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5

Deel 6

Register van die cracht der Cruyden
 
Oude Nederlandse namen
* Project Dodoens
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 18-02-2015

«  Cruijdeboeck deel 1 capitel 11, bladzijde 24-26  Zie volgende pagina »

Van Hoofbladeren.   Cap. xi.

1  

Tussilago farfara - Klein hoefblad

 

Tfatsoen

Tussilago farfara - Klein hoefblad

Zie alle foto's van Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Bechion, Tussilago (Farfara, Ungula caballina), Hoefbladeren (Peerts clauw, Brant lattouwe, S. Carijns cruyt)

  • 1644 Vlaams: Hoefbladeren
  • 1616 Latijn: Bechium sive Farfara [596]
  • 1554/1557: Bechion, Brandtlattich, Brantlattouwe, Carijnscruyt (Sint), Farfara, Hoefbladeren, Pas d'asne, Pas de cheval, Peerdts clauw, Roszhub, Sint Carijnscruyt, Tussilago, Ungula caballina

Overzicht Tussilago farfara op deze site

Alle foto's van Tussilago farfara op internet

Tussilago farfara bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Tussilago farfara in Plantago PlantIndex

[25]   Bechion heeft groote breede bladeren met veel hoecxkens en aderkens/ eenen Peertsvoet ghelijckende/ ses oft seven van eender wortel voortcomende/ die onder ter aerden waert witachtich ende aschvervwich zijn/ en op dander zijde groen. Den steel es wit en hayrachtich een spanne lanck/ en daer op wassen schoone geele ghevulde bloemen die seer volken vergaen/ ende in grauwe wollachtighe bollekens veranderen/ die ghelijck aen Papen cruyt met den winde wech vlieghen. Die wortel es wit en lanck/ herwaerts en derwaerts cruypende.

Plaetse

Hoefbladeren wassen gheerne by dwater en op vochtighe ackers en velden.

Tijt

Int beghinsel van Meerte en Aprill zoo brenghen die Hoefbladeren huer wollachtighe stelen voort/ ende daer op huer geele bloemen sonder eenighe bladeren/ ende corts daer naer zoo comen die bladeren vander wortelen voort/ ende dan zoo vergaen die steelen en bloemen/ alzoo dat selden bloemen en bladeren by een ghevonden worden.

Naem

Dit cruyt wordt in Griecx gheheeten Bechion/ in Latijn Tussilago. In der Apoteken Farfara en Ungula caballina. In Hoochduytsch Roszhub oft Brant Lattich/ In Neerderduytsch Hoefbladeren/ Peerts clauw/ Brant lattouwe/ en S. Carijns cruyt/ In Franchois Patte a cheval.

Natuere

Hoefbladeren noch gruen ende versch wesende/ zijn van natueren vochtich/ maer drooghe zoo zijn zy scerp/ ende mits dijen verdrooghende.

 

Cracht en werckinghe

[26]   A   Die gruene Hoefbladeren ghestooten/ ende met huenich ghemenghelt/ ghenesen dat wilt vier en alderhanden heete ghezwillen daer op ghestreken.

B   Die drooghe Hoefbladeren op gloeyende colen gheleyt/ ende den roock daer af comende duer eenen treester in de mont ontfanghen es goet teghen den drooghen hoest en die dampicheyt op die borste/ ende doet sonder groote arbeyt oft pijne die Apostematien op die borste uutbreken.

C   Dijerghelijcken cracht heeft oock die wortel als zy onsteken wordt/ ende den roock daer af inden mont ontfanghen wordt.

 

^Naar het begin van deze pagina