Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

1554 Cruijdeboeck met transcriptie (overgeschreven)
A | B | C | D | E | F | G| H | IJK | L | M | N | O | P | QR | S | T | U | V | WXYZ

Voorwerk Nederlandse, Duitse, Franse, apothekers-, Latijnse en Griekse namen

Deel 1 Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe Planten Alfabetisch

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5

Deel 6

Register van die cracht der Cruyden
 
Oude Nederlandse namen
* Project Dodoens
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 18-02-2015

«  Cruijdeboeck deel 1 capitel 65, bladzijde 120-122 (in werkelijkheid 119-121)  Zie volgende pagina »

Van Peertsteert.   Cap. lxv.

1  

Equisetum fluviatile - Holpijp

2  

Equisetum arvense - Heermoes

 

Tgheslacht

[120]   Peertsteert es tweederleye van gheslachte als Dioscorides ende Plinius scryven/ Groot en cleyne.

Tfatsoen

Groote Peerststeert in dierste uutcomen bringht ronde hole/ naeckte rouwe stelen met veel leden en knoopen voort/ die zoo rouwe sijn dat die drayselaers ende mesmaeckers/ alderleye ghedrayet werck ende die hechten van den messen daer mede polijsten ende effen maken/ op die welcke aen dopperste ronde swerte doddekens wassen. Daer naer zoo worden die selve stelen bruyn oft rootachtich/ ende rontsomme aen elck let beset met vele teere dunne gheknoopte biesekens/ ende wassen seer hooghe met hueren ghehayrden hanghende biesekens eenen Peertsteert niet onghelijck. Die wortel es wit ende gheknoopt ghelijck die stelen.

Equisetum fluviatile - Holpijp

Zie alle foto's van Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Equisetum maius, Equisetum, Equiseta, Salix equina, Asprella (Cauda equina), groot Peertsteert (Kannen cruyt)
  • 1644 Vlaams: Hippuris, Peerdtsteert (Groote)
  • 1616 Latijn: Hippuris maior sive Equisetum maius [73]
  • 1554/1557: Asprella, Cauda equina, Equinalis, Equisetum, Equisetum maius, Kannencruyt, Kannenkraut, Pferdtschwantz, Peertsteert, Peertsteert (groot), Queuë de cheval, Queuë de cheval (grande), Roszschwantz, Roszwadel, Roszwedel, Salix equina, Schaffthew, Schaffthew (grosz)

Overzicht Equisetum fluviatile op deze site

Alle foto's van Equisetum fluviatile op internet

Equisetum fluviatile bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Equisetum fluviatile in Plantago PlantIndex

Equisetum arvense - Heermoes

Zie alle foto's van Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Equisetum minus, Equisetum alterum, Equitium, Scevola, cleyn Peertsteert (Cattensteert)
  • 1644 Vlaams: Cattensteert, Peerdtsteert (Kleyne)
  • 1616 Latijn: Hippuris minor [73]
  • 1554/1557: Cattensteert, Cauda equina, Equinalis, Equisetum, Equisetum alterum, Equisetum minus, Equitium, Katzensagel, Katzenschwantz, Katzenwedel, Peertsteert, Peertsteert (cleyn), Queuë de cheval, Queuë de cheval (petite), Salix equina, Scevola, Schaffthew, Schaffthew (kleyn) [Dod. 121-122, Clu. 77]

Overzicht Equisetum arvense op deze site

Alle foto's van Equisetum arvense op internet

Equisetum arvense bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Equisetum arvense in Plantago PlantIndex

[121]   Cleyn Peertsteert en es den grooten niet seer onghelijck/ het brenght in dierste uutcomen cale ronde hole gheknoopte steelkens voort ende daer op ghelijck een are met cleyne witte bloemkens die seer haest ende corts vergaen/ ende dan soo volghen daer andere nieuwe scuetkens naer/ uut die wortel spruytende/ met vele ledekens ende knoopkens en rontsomme die ledekens met ronde gheknoopte biesekens beset ghelijck aen tgroot Peertsteert/ maer niet zoo groot noch niet zoo rouw/ maer saechter alzoo dat sy tot polysten niet bequaem en sijn. Die wortel van desen es teer swert en dun.

Plaetse

Dat groot Peertsteert wast in die grachten/ staende wateren ende in seer vochtighe plaetsen. Dat cleyn wordt in donckere neere plaetsen ende oock op dorre sandtachtighe velden ghevonden.

Tijt

Die cale stelen van den grooten Peertsteert comen in Maye voort. Die bloemen van den cleynen verthoonen huer in Aprill en corts daer naer die stelen met den cleynen biesachtighen steelkens rontsomme becleet.

Naem

Dese cruyden heeten in Griecx Hippuris/ ende oock van sommighen Ephydron ende Anabasis. In Latijn Equisetum Equiseta equinalis en Salix equina. In die Apoteke Cauda equina. In Hoochduytsch Schafftheui. In Neerduytsch Peertsteert. In Franchois Queue de cheval.

1   Dat groot wordt gheheeten Equisetum maius ende van sommigen Asprella. In Hoochduytsch groot Schafftheui/ Roszschwantz/ Pferdschwantz/ Roszwedel/ kannenkraut. In Neerduytsch groot Peertsteert ende kannen cruyt.

 

[122]   2   Dat cleyn heet Hippuris hetera en Ecytion in Griecx. In Latijn Equisetum minus aut alterum en Equutium/ ende van sommighen als Antonius Musa scrijft Sceuola. In Hoochduytsch klein Schaefftheui/ Katzenwedel/ Katzenschwantz/ Katzensagel. In Neerduytsch cleyn Peertsteert ende Cattensteert.

Natuere

Beyde die Peertsteerten sijn cout in den iersten graedt ende drooghe tot in den tweeden/ tsamen treckende ende verdrooghende sonder scerpheyt.

Cracht en werckinghe

A   Peertsteert ghesoden in wijn oft water ende gedroncken stelpt allen bloetganck/ en alle overvloedighe vloet sonderlinghe van der natuerlijcke crankheyt der vrouwen/ gheneest oock dat root melizoen ende alle loop des buycx/ ende es tot desen een seer sonderlinghe medicijne als Galenus scrijft. Tselve doet oock dat sap van den cruyde alleen oft met wijn inghenomen.

B   Peertsteert oock in der manieren als voor ghebruyckt es seer goet tseghen die sweeringhen ulceratien ende gequestheyt van den nieren/ blasen ende der dermen/ ende tseghen die gheschuertheyt.

C   Peertsteert met den wortelen ghesoden es goet den ghenen die hoesten/ die cort van adem sijn/ ende die van binnen gheborsten sijn als Dioscorides en Plinius scrijven.

D   Tsap van Peertsteert in die nuese ghedaen/ stopt dat bloeden uut die nuese / ende met een pessus in die moeder ghedaen stelpt die vloet der vrouwen.

E   Peertsteert ghestooten en op die versche wonden gheleyt heylt ende gheneest die selve/ ende oock bescermt die wonden voor alle verhittinghe. Tselve doet oock dat poeder van den Peertsteert ghedroocht in die wonden ende versche quetsueren ghestroyet.

 

^Naar het begin van deze pagina