Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

1554 Cruijdeboeck met transcriptie (overgeschreven)
A | B | C | D | E | F | G| H | IJK | L | M | N | O | P | QR | S | T | U | V | WXYZ

Voorwerk Nederlandse, Duitse, Franse, apothekers-, Latijnse en Griekse namen

Deel 1

Deel 2

Deel 3 Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen
Planten
Alfabetisch

Deel 4

Deel 5

Deel 6

Register van die cracht der Cruyden
 
Oude Nederlandse namen
* Project Dodoens
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 18-02-2015

«  Cruijdeboeck deel 3 capitel 37, bladzijde 405-406   Zie volgende pagina »

Van Duyvels melck.   Cap. xxxvii.

1  

Euphorbia peplus - Tuinwolfsmelk

2  

Frankenia pulverulenta

Tfatsoen

Euphorbia peplus - Tuinwolfsmelk

Zie alle foto's van Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Grotere foto in Bioweb Plantengids

Peplos, Peplus (Ezula rotunda), Duyvels melck
  • 1644 Vlaams: Duyvelsmelck
  • 1616 Latijn: Peplus
  • 1554/1557: Duyvelsmelck, Ezula rotunda, Peplos, Peplus, Reveille matin des Vignes, Teufelsmilch

Overzicht Euphorbia peplus op deze site

Alle foto's van Euphorbia peplus op internet

Euphorbia peplus bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Euphorbia peplus in Plantago PlantIndex

[405]    1   Duyvels melck es cleyn ghewas ghefatsoeneert ghelijck een cleyn boomken den Croonkens cruyde niet seer onghelijck maer veel minder ontrent onderhalve spanne hooch wassende met vele cleyne tacxkens/ die becleet sijn met seer cleynen bladerkens. Sijn sadeken es cleyn in drijecantighe cleyne hauwkens wassende ghelijck aen Springcruyt. Die wortel es lanck met vele veeselinghen. Ende dit heel cruyt es vol wit melcks ghelijck die Tithymallen.

Frankenia pulverulenta

Zie alle foto's van Canarias

Peplis, Peplion, Portulaca sylvestris, zee Duyvels melck
  • 1644 Vlaams: Duyvelsmelck (Ligghende oft Zee-)
  • 1616 Latijn: Peplion sive Peplis
  • 1554/1557: Duyvelsmelck (Zee-), Peplion, Peplis, Portulaca sylvestris

Overzicht Frankenia pulverulenta op deze site

Alle foto's van Frankenia pulverulenta op internet

Frankenia pulverulenta bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Frankenia pulverulenta in Plantago PlantIndex

2   Den desen wordt oock noch een ander ghelijck ghevonden van Hippocrates ende Dioscorides bescreven Peplis ghenaempt. Ende dit heeft vele ronde bladeren den bladeren van tamme Porceleyne ghelijckende/ die van onder root sijn. Tsaet wast tusschen die bladeren den voorghescreven Duyvels melck sade ghelijck. Die wortel es cleyn ende seer teer. Ende dit cruyt es oock vol wit saps ghelijck dat voorghescreven.

Plaetse

1   Duyvels melck wast hier te lande in die moeshoven tusschen die boonen ende moescruyden ende tot sommighe plaetsen in die wijngarden.

2   Peplis als Dioscorides scrijft wast in soute gronden by die zee gheleghen.

Tijt

Duyvels melck bloeyet ende levert sijn saet in dmiddel van den zoomer ghelijck die Tithymallen.

 

Naem

[406]   1   Duyvels melck heet in Griecx Peplos. In Latijn Peplus. In die Apoteke Ezula rotunda. In Hoochduytsch Teufelsz milch. In Franchois Reville matyn de veigues.

2   Dat ander heet in Griecx ende Latijn Peplis van Hippocrates Peplion van sommighe andere Portulaca sylvestris. In Duytsch soudemen dit moghen heeten Zee duyvels melck/ maer noch ter tijt en eest niet bekent.

Natuere

Duyvels melck es heet ende drooghe tot in den derden graedt/ ghelijck die Tithymallen. Ende van ghelijcke natuere es oock dat Peplis.

Cracht ende werckinghe

A   Tsaet ende tsap van Duyvels melck es den sade ende sape van Springcruyt ende Tithymallen van crachten ende werckinghe ghelijck/ ende es goet tot alle saken daer die Tithymallen toe dienen/ ende daer om maeckt dit saet oock camerganck ende iaecht af die coude taye fluymen ende die geele cholerijcke ende waterachtighe vochticheden.

B   Dit cruyt in pekel gheleyt ende daer naer ghegheten sceydt die winden van den dermen ende van die moedere/ ende gheneest die herdicheyt van der milten.

C   Van alsulken crachten es oock dat Peplis als Dioscorides scrijft.

Hindernisse ende beeteringhe

Dit cruyt es oock den mensche hinderlijck ende scadelijck ghelijck Springcruyt ende wordt in der selver manieren ghebeetert ende bequaem ghemaeckt als in voorseyde capittel verclaert es.

 

^Naar het begin van deze pagina