Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

1644 Cruydt-Boeck
A | B | C | D | E | F | G| H | IJK | L | M | N | O | P | QR | S | T | U | V | WXYZ
Voorwerk

Deel 1 Boek 1 | 2 | 3 | 4 | 5

Deel 2 Boek 6 | 7 | 8 | 9 | 10

Deel 3 Boek
11 Van de Wortelen die van de Medicijns ghebruyckt worden Planten Alfabetisch
12 Van de cruyden die purgeren oft den buyck weeck maken Planten Alfabetisch
13 Van de gheslachten van Winde, Klockskens ende dierghelijck ghewas, dat sich om eenighe bijstaende dinghen vlecht, windt oft anders vast maeckt Planten Alfabetisch
14 Van de schadelijcke ende doodelijcke cruyden Planten Alfabetisch
15 Van de gheslachten van Varen, Mosch ende Campernoelien Planten Alfabetisch

Deel 4 Boek 16 | 17 | 18 | 19 | 20

Deel 5 Boek 21 | 22 | 23 | 24 | 25
Deel 6 Boek 26 | 27 | 28 | 29 | 30

Indiaensche oft Uytlandtsche Boomen, Heesteren ende Cruyden

Nawerk Neder-Duytsche Naemen der Cruyden

 
Middelnederlandse termen
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 18-02-2015

«  Cruydt-Boeck 1644 Deel 3 boek 12 capitel 2, bladzijde 582-584 met transcriptie   Zie volgende pagina »

Van Aloë

1  

Aloe spec.

  • 1644 Vlaams: Aloë (Ghemeyne)
  • 1616 Latijn: (Aloë
  • 1554/1557: Aloë, Aloës, Perroquet

Overzicht Aloe op deze site

Alle foto's van Aloe op internet

Aloe bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Aloe in Plantago PlantIndex

2  
Agave americana - agave
  • 1644 Vlaams: Aloë uyt West-Indien oft America
  • 1616 Latijn: (Aloë ex America

Overzicht Agave americana op deze site

Alle foto's van Agave americana op internet

Agave americana bij Kurt Stueber Gruppe Max Planck IZ

Agave americana in Plantago PlantIndex

Gheslachten

De oude Cruydt-beschrijvers en schijnen maer eenerhande gheslacht van Aloë ghekent te hebben : dan behalven dat isser noch een ander dierghelijck ghewas onlanghs ghevonden gheweest / uyt West-Indien hier te lande ghebroght.

Ghedaente

1. Aloë heeft bladeren die van de Squille oft Zee-Aiuyn gelijckende / langh / breedt / gladt / dick / achterwaerts omghebooght / aen beyde sijden ghekertelt ende rouw / met korte / botachtighe doornkens oft stekende puntkens besett / vol taey ende klam sap / als de bladeren van Sempervivum oft Donderbaert. Den steel is dien van de Affodille ghelijck / als Dioscorides schrijft : de bloeme is wit. Het saedt is oock den sade van de Affodillen niet onghelijck. De wortel is enckel / recht ende slecht / eenen dicken staeck oft pael in d'aerde vast ghestampt staende eensdeels ghelijckende.
Dit gantsche cruydt is uytermaten bitter van smaeck; als oock is het sap / 't welck daer van vloedende gedrooght wordt ende bewaert.

2. De ander Aloë / die in sommige landen van America oft West-Indien pleegh te groeyen / heeft grooter bladeren ende breeder / van voren oft aen haer uyterste een scherp ende hard punckt hebbende / ende rondom de kanten gantschelijck met veele harder stekelingen oft doornen gheschaerdt oft besett / dan den ghemeynen Aloë.

Plaetse

1. Ghemeyn Aloë wast overvloedighlijck in Oost-Indien / in Arabien ende Egypten / ende in sommighe ghewesten van Asien / dat is Coelosyrien / ende van daer wort het sap hier te lande gesonden / in vellen oft leeren sacken oft euders vergadert oft gegoten zijnde. Het wast oock wel aen den Zeekant van Asien / soo Dioscorides betuyght / ende in het Eylandt Andro; maer aldaer en is het niet seer bequaem om daer sap uyt te krijghen; oft immers tsap van dien en is niet seer goedt. Men vindt de Aloë oock wel in dat landtschap van Italien / 't we(l)ck Pouglia heet / ende in sommighe ghewesten van Spaegnien / op plaetsen die niet verre van de Zee ghelegen en zijn : maer het sap daer van is onnut ende niet goet in 't ghene daer de Aloë in pleegh ghebruyckt te wesen.

2. De Ander Aloë wordt in West-Indien op veele plaetsen ghevonden / als voorseydt is.

Tijdt

Aloë is ghedurighlijcken groen / ende behoudt sijn bladeren noch langh versch ende groen / nae datmense uyt der aerden ghetrocken heeft / in sonderheydt alsmen slijck / pot-aerde oft kleye om de wortelen doet / ende dat met eenen doeck bewint / ende soo dickwijls besproeyt ende nat maeckt. Want alsdan aen de solderen / dacken / balcken oft aenbalcken ghehanghen / blijft sy niet alleen langen tijdt groen / maer groeyt oock wel / ende wordt groot / ende brenght nieuwe bladeren voort / min noch meer dan oft sy noch in haer aerde ende rechte woonstede ghebleven waer; maer alsdan moet die plaetse daer sy hanght des winters lauw gehouden worden / op dat de strengigheydt van de koude haer niet schadelijck en valle : want als sy eens bevrosen is / vergaet sy ende verflenscht sy lichtelijck / ende op seer korten stondt.

Naem

Dit cruydt heet in 't Griecksch / Latijn ende by de Apotekers / ende oock in 't Nederduytsch Aloë / 'Aloè' Aloë : den selven naem hout het sap oock / 't welck daer uyt geperst is / ende ghedrooght zijnde over al te koop gebroght wordt. Voorts soo heet het gantsche gewas oock somtijts / doch met oneygene ende bastaert-naemen / in 't Griecksch Amphibion, Eringion, Herminon, Tragoceros; van den naem Amphibion 'Amfibion' soude dit cruydt wel eygentlijck moghen toegheschreven worden / om dat het soo wel uyt der aerden ende in de locht als in der aerden groen blijft ende groeyet. De Fransoysen noemen 't Perroquet; de Spaegniaerds Azeuar ende Yerua bauosa. De nieuwe Cruydt-beschrijvers hebben 't cruydt selve somtijdts oock Sempervivum oft Sempervivum marinum genoemt / om dat het gelijck het Sempervivum, dat is de gheslachten van Donderbaert / seer langh groen ende versch blijft. Columella / soo het schijnt / heeft het oock Sedum, ende eygentlijck Sedum amarum geheeten / ter wijlen hy de middelen om de rispen ende dierghelijcke ongedierten te verdrijven verhaelt / segghende aldus in sijne ghedichten / Het heeft veele cruyden oock gheholpen datmense met het bitter sap van de Malrove ende van het Sedum begoten heeft om de rispen daer van te houden. Waer uyt blijckt / dat hy tsap van het Sedum onder de bittere dinghen rekent : maer daer en is gheen soorte van Sedum die bitter sap heeft / ten waer alleen de Aloë / die het Sedum van ghedaente ghelijck is.

1. De Ghemeyne Aloë heet eyghentlijck Aloë bijnae in alle talen van gantsch Christenrijck. 2. De andere magh

 

naer het landt daer sy van komt Aloë ex America ghenoemt wesen / dat is Aloë uyt West-Indien.

Aerd

De Aloë / te weten het sap daer van / 't welck in de medicijne over al gebruyckt wort / is in veele verscheyden dingen nut ende bequaem : ende is matelijcken warm van aerd / dat is in den eersten graed / maer droogh in den derden / bijster bitter van smaeck / nochtans sonder eenige scherpigheydt oft bijtachtigheydt / ende oock papachtigh / oft klevende / ende een weynighsken t'samentreckende.

Kracht ende Werckinghe

Aloë verweckt kamergangh / ende maeckt den buyck weeck : maer boven allen is het een seer bequaem ende aengenaem dingh voor de maghe / sulcks dat dies aengaende gheen ander dierghelijck te vinden en is. Want / gelijck Paulus Egineta betuyght / alle de purgerende ende den buyck weeck-makende cruyden bederven / ontstellen ende beroeren de maghe / ende zijn die schadelijck; maer de Aloë alleen is de maghe toeghedaen ende behulpigh. Dan om de mage meest te verstercken pleeghmense te wasschen; hoe wel dat sy onghewasschen zijnde / veel krachtigher ende gheweldigher is om den buyck te ledighen oft te purgeren.

Aloë iaeght alle gallachtige vochtigheden door den kamergangh af / dat is de heete geele cholerijcke fluymen / sonderlingh daer de maghe mede verladen is / oft die in de aderen de maghe naest wesende blijven hanghende door haer groote taeyigheydt. Want de Aloë moet gherekent worden onder de dinghen die by de Griecken eccoprotica 'ekkoprootika' gheheeten zijn om dat sy den dreck ende alle dicke onsuyverheden uyt den lijf ve(r)drijven : de welcke haer krachten niet veel verder en betoonen / dan aen die deelen des ingewants de welcke heel nae by de mage gelegen zijn.

De selve Aloë is oock seer goedt om alle verrottinge te beletten; ende bewaert alle de deelen des lichaems oock van alle bederffenisse ende inwendige schade : oock bewaert sy de doode lichaemen langh sonder te verrotten : sy brenght om ende drijft uyt den buycke alle soorten van ghewormte.

Sy is oock seer goedt om te beteren den stanck des mondts / die van de ongesteltheydt der maghe sijnen oorsprongh heeft. Sy opent de Spenen oft Anbeyen van den aersdarm : ende verweckt insgelijcks oock de maendtstonden / alsmen daer een weynighsken af in gheeft.

Men gelooft oock dat de Aloë seer goedt is om het ander inghewant te suyveren / te openen ende van verstoptheydt te verlossen; hoe wel datter sommighe zijn diese de lever niet seer nut segghen te wesen.

Om met de Aloë te purgeeren / oft den buyck weeck te maken / gheeftmen daer van gemeynlijck een draghme oft vierendeel loots / min oft meer / nae de krachten van de menschen die dat gebruycken sullen : want somtijdts zijn dry oft vier oboli / dat is anderhalven scrupel oft ooc twee scrupelen daer van krachtigh genoegh om dat selve te doen.

Sy is oock bequaem om de wonden te heelen / ende de loopende gaten oft holle zeeren te suyveren / ende daer nae te sluyten : ende gheneest alle sweeringen ende wonden die quaelijck tot het heelen oft toegaen gebroght kosten worden / in sonderheydt de sweeringhen die aen den aersdarm ende andere schamelijcke leden komen.

De selve Aloë wordt oock seer nuttelijck vermenght ende ghedaen by de dinghen diemen bereydt om het bloedt te stelpen / ende by de plaesteren die men op de bloedige wonden pleegh te legghen / ende dat door den plaesterachtighen oft klevenden aerd die sy heeft.

Men ghebruycktse oock nuttelijck met de Collytia oft mengelingen diemen tegen de gebreken der oogen bereydt : want sy is afvaeghende / suyverende / ende sonder eenighe scherpigheydt oft bijtachtigheydt verdroogende van aerd.

Insgelijcks schrijft Dioscorides oock / dat de Aloë in een reyne ende gloeyende teste oft teyle geroost / by alle de dingen gemengelt wordt / diemen tegen de sieckten van de ooghen maeckt / ende datmense soo langhe met een stocksken oft roeyken roert ende omkeert / tot dat sy wel ende volkomelijck doorroost zy. Hy seydt oock datmense door het wasschen pleegh te suyveren / op dat alle sandachtigheydt van de selve te gronde gae / als onnut wesende / ende alleen 't ghene dat sacht ende aldervetste is ghebruyckt worde.

Den selven Dioscorides schrijft dat de Aloë met honigh vermenght / doet scheyden alle geronnen bloedt / ende verdrijft alle blaeuw gheslaghen oft ghestooten placken.

Aloë is oock seer goedt om alle schorftheydt ende crauwagien van de wijnbraeuwen ende ooghschellen / ende de verhitti(n)gen ende ieuckselen aen de kanten vande ooghen komende / te ghenesen.

Hy schrijft oock dat de Aloë met Olie van Roosen ende Azijn vermenght / op 't voorhooft ende aen de slapen van den hoofde gheleydt oft ghestreken / alle de pijne ende weedom des hoofts versoeten ende verdrijven kan.

De Aloë met wijn vermenght belett dat uytvallen van den hayre / alsmen 't hooft daer mede strijckt.
Aloë met honigh ende wijn gebruyckt / gheneest de puysten ende alle sweeringhen van den mondt ende van het tandtvleesch / ende oock de amandelen ende de ghebreken van de keele / alsmen die daer mede bestrijckt.

BIJVOEGHSEL 

In alle landen is de Aloë seer wel bekent ende veel gheacht / om de groote krachten diemen in haer sap dagelijcks bevindt. Dan het cruydt selve en wast hier te lande noch oock nerghens in Europa in 't wildt / uytghesondert alleen in sommighe Eylanden van Grieckenlandt ende andere aen Europa paelende : waer dat het nochtans gheensins soo krachtigh en is als 't ghene dat in Asien oft Afrijcken wast. Dan boven allen is in oude tijden voor de beste gheacht gheweest de ghene die in Indien wies / als Dioscorides schrijft. Die van Arabien en was oock niet luttel ghepresen. Het wast ghemeynlijck aen den Zeekant; ende daerom heeft het den naem Aloë in 't Griecksch ghekregen / oft nae het sout / om dat het uytwendighlijck eenige soutigheydt schijnt te hebben / seydt Lobel. Het voert den naem Bitter Aloës in Enghelandt ende Nederlandt. Sommighe geven dat ettelijcke toenaemen / als Soccotrina ende Hepatica : Soccotrina nae het lantschap daer het groeyt : Hepatica nae de ghedaente van het selve / als het een lever ghelijckt. Dan men vindt dit cruydt soo wel in verscheyden boecken van de oude ende nieuwe Cruydt-beschrijvers beschreven / dat het noodeloos is van de ghedaente van 't selve meer woorden te maken ; maer het is te weten dat het in de hoven van Italien / Spaegnien ende Vranckrijck overvloedighlijck ghenoegh wast / ende in den Meert somtijdts sijn geele bloemen krijght.

Voorts soo sullen wy van dese Aloë noch meer schrijven als wy van de Indische oft Vremde cruyden handelen.

Breeder beschrijvinghe van Aloë
uut West-Indiën

De Tweede soorte van Aloë is van Lobel Aloë folio mucronato gheheeten / anders Aloë ex America, oft Aloë Americana Clusij, in onse tael Aloë met stekende bladers : in Spaegnien te Valencen is dat Hilo y aguja gheheeten; dat is Naelde ende draet, om dat de

 

uyterste doornen van de bladeren zijn als naelden / ende de zenuwen van de selve in stede van draeyen oft garen steecken moghen. Die van America noemen dat Maguey ende Merl; sommighe Spaegniaerts Cardon; om dat het veele stekelinghen ende doornen heeft als de Caerden ende Distelen. Dan Clusius heeftse aldus beschreven. Dese Aloë heeft veele bladeren / by de ses voeten langh / doncker groen / doch wat aschverwigh / als de bladeren van sommighe Tulipans / glat ende effen / onderwaerts drie oft vier dweerse vingheren dick / eenighsins hol oft gootsghewijs uytghehaelt / seer breedt / malkanderen omvattende / allenghskens voor spitser wordende / ende in eenen scherpen doorn eyndende / die graeuw is ende dick / eenen oft anderhalven dweersen duym langh / soo sterck dat die van West-Indien den selven in stede van een elsen pleghen te ghebruycken / oft voor aen hun pijlen in stede van schichten vast te maken. Dese bladeren zijn aen haer sijde dunner / ende met dierghelijcke maer korter / oock onder breede ende nederwaerts omghebooghde doornen besett. Van binnen zijn dese bladeren aderachtigh / oft als van draeyen vergadert / vol saps / maer niet bitter van smaeck. Tusschen dese bladeren spruyt eenen steel / soo men seydt / soo dick als eenen arm / ende soo hoogh als een korte sperre. De wortel is dick / langh / als met ledekens oft knoopkens afghescheyden : waer uyt van ter sijden andere bladeren ende steelen spruyten; iae somtijdts gheeft sy dertigh verscheyden ionghe scheutkens uyt. Dit gewas wordt soo groot ende sterck / dat die van Indien 't selve ghebruycken om daer haghen van te maken / om de dieven ende quaedtdoenders van hunne hoven ende bouwlanden af te sluyten. Te Roomen ende elders heeftmen dit selve ghewas eenen steel sien krijghen als eenen Denneboom / wel twintigh voeten langh / omtrent sijn tsop in tacken verdeylt : op 't hooghste van de welcke eenen hoop bloemen voortquam / die uyt den geelen groenachtigh van verwe ende soet van reuck waren : dan het en sal nimmermeer soo hoogh worden / ten zy datmen de sijd-scheuten af snijdt; want die souden de moeder verdrucken. Dese soorte magh beter teghen de kouwe dan de ghemeyne Aloë.

Ghewas als Aloë uyt Peru is oock by de Indische cruyden gestelt / met naeme van Ghitta iemou.

Aloë te Avignon ghewassen is oock in 't laetste van dit Boeck by de Indische cruyden met de voordere beschrijvinghe van dese Aloë verhaelt / om hier niet te langh te wesen.

Aloïtes ende Aloë Gallica is de Groote Gentiaene.

Aerd, Kracht ende Werckinghe

1. Het is te verwonderen dat de Aloë van buyten ghebruyckt zijnde de monden van de aderen sluyt / ende 't bloedt stelpt; maer van binnen inghenomen / het bloedt dun maeckt / ende de aderen opent. Daerom seydt Dioscorides dat de Aloë van Arabien uytermaten goedt is om de wonden te doen sluyten / als klevende ende dickmakende wesende ende drooghende / van buyten ghebruyckt / ende tot slaep verweckende / ende 't lichaem vast makende. Maer van binnen opent sy soo seer dat sy de spenen doet bloeyen / ende de menschen die van binnen teer zijn (in sonderheydt op koude tijden inghenomen) seer schadelijck valt door het schrapen / quetsen ende ophaelen van de aders. Nochtans vindtmen sommige die de Aloë met koudt-water ingheven om het bloedtspouwen te stelpen : ende / als Plinius betuyght / sy wordt teghen het roodmelizoen seer bequaemlijck ende nuttelijck inghenomen. Dan haer kracht is merckelijcker om alle wonden te suyveren ende daer nae te heelen / als het poeder daer van ghedrooght zijnde daer in ghestroyt wordt.

Om de Aloë te ghebruycken / moetmen eerst de beste verkiesen : de welcke suyver / blinckende / breuckigh is ende dicht aen een klevende / als een lever / ende seer bitter van smaeck : sulcks is de Aloë diemen Hepatica noemt : nochtans wordt te Venegien (als Lobel betuyght) de Aloë Succotrin voor de beste gehouden / die oock schoon klaer is / uyt den rossen siende / ende daer eenen Ducaet elck pondt pleegh te gelden; maer de Hepatica is over al ghemeyn ghenoegh. Dan voor al moetmen toesien dat sy vet zij / sonder sandt / haest smiltende : want de sandachtighe / swarte / traeghelijck smiltende is slim ende onnut. Men kanse met gomme vervalschen / oft met het sap van Acacia : 't welck haest te kennen is : want dan is sy meer t'samentreckende / ende niet soo bitter van smaeck als de onghevalschte. Men pleeghse te vergaderen in de Braeckmaendt. Ende sy magh op een bequaeme plaetse by thien iaeren langh bewaert worden. De Aloë die in Spaegnien / Italien ende in dese landen in de hoven ghewassen is / en heeft niet veel bitterheydts in haer : dan die van de Eylanden van de Middel-zee omtrent Vranckrijck / Sicilien / Afrijcken heeft wat meer bitterheydts. Maer het is het sekerste datmen het uytlandtsch verkiese / als best bekent zijnde / ende meest versochte krachten hebbende.

Sommighe meynen dat de Aloë alle de krachten van de Mumie heeft / segghende dat Mumie anders niet en is dan Aloë met menschen vet vermenght / ende langen tijdt onder d'aerde gelegen hebbende.
'T sap van Aloës / als 't noch van de Sonne niet heel gedrooght en is / ghelijck in den winter / en is oock niet bitter; maer naederhandt krijght het een bitteren smaeck.

Aloë dickwijls ghebruyckt en gedooght gheensins dat de sinnen ende oock het gantsche lichaem van eenigh ongheneeslijck ghebreck ghequelt oft ghekrenckt worden; maer sy scherpt de sinnen ende 't verstandt / ende maeckt beter ghedachten.

De selve verdrijft de geelsucht : ende met honigh vermenght / is sonderlinghen goedt om te genesen de versweeringhen des mannelijckheydts; ende heelt toe de gescheurde sloofkens voor aen der kinderen roedeken : ende gheneest oock 't uytgaen van den aersdarm ende de kloven daer omtrent komende : maer van binnen genomen doet het de spenen uytkomen ende bloeyen / als voorseydt is. Men houdtse voor goet om de smertelijcke ende bijnae onlijdelijcke sweeringhen van de naghels te suyveren ende toe te doen gaen.

Wijn / Roose-water / Venckel-saedt / oft Venckel-water / daer Aloë in gheweyckt is / suyvert de ooghen / ende scherpet het gesicht / ende gheneest de tranende oft loopende ooghen.
Aloë van buyten met ossen gal ende Azijn op den navel gheleydt / brenght de wormen van de ionghe kinderen om.

Boven alle de deughden van Aloë is dese wel een van de voornaemste; te weten dat Aloë met de andere purgerende oft den buyck beroerende dinghen vermenght / sonderlinghen die het lichaem door haer groot ghewelt slap maken / de selfde betert / ende haer boosheydt beneemt ende matight. Daerom behoort sy altijdts by de selve gedaen te worden / als alle geleerde door veele redenen daer toe ghedreven zijnde / 't samen besloten ende voor goedt ghehouden hebben.

Men maeckt bijnae ontallijcke gheneesmengelingen in de Apoteken / in de welcke de Aloë de meeste kracht heeft / oft immers een van de meest werckende dinghen is / als zijn veele soorten van pillen / van Hiera oft Bitterheylighe / ende veel meer andere / die te langh zijn om te verhalen / ende oock onnoodigh om vermaent te worden / ghemerckt dat sy alle man bekent zijn.

Maer aenghesien dat Aloë traeghelijck werckt / soo moet sy langh voor den eten inghenomen worden / seydt Lobel / alsmen de buyck daer mede weeck wil maken. Ende op dat sy beter wercken soude / soo neemtmen Notenmuscaten / Foelie / Caneel / Spica Nardus / Calamus / Cubeben / Shenanthum / Haselwortel / Mastick / Giroffels-naghelen / van elcks even veel / ende half soo veel Saffraen : ende men siedt dat in ses mael soo veel waters / op een sacht vier; ende 't water tot een derden deel in gesoden zijnde / doetmen ses oncen Aloës in elck pondt waters : ende daer nae drooghtmen dat samen / eerst uyt de Sonne / daer nae in de Sonne. Maer Boellium ende Dragant beteren de Aloë boven alle dinghen.

Daer zijnder oock sommige die de Aloë rasscher doen wercken met Coloquinth oft Turbith / ende dierghelijcke stercke dinghen. Andere settense te weyck in water daer de voorseyde specerijen oft sommighe van dien ende dierghelijcke in ghesoden zijn : ende nae dat het door ghedaen is / gheven sy 't selve water te drincken.

Men soude noch veele andere krachten van de Aloë konnen verhalen / de welcke te samen wel eenen grooten boeck souden vullen.

Niet teghenstaende alle dese deughden / nochtans en is het ghebruyck van Aloë niet goedt de teere menschen / die slap ende magher door eenighe voorgaende sieckte ghebleven zijn : want / als sommighe segghen / sy brenght hun tot een teeringhe; in sonderheydt met Termentijn ghenomen zijnde / als sommighe doen. Anders gheneest sy de ghene die bleeck van verwe zijn / ende doet haer een klare ende welgeverwde huyt krijgen. Dat sy de lever hinderlijck is / heeft Dodoneus nae de meyninge van sommige oock voorseyt.

2. Aloë van America wordt veel gebruyckt / soo wel in het genesen als in andere dinghen. Want die van Mexico (daer dit cruydt veel wast / ende een adere van bloemen ende saedt krijght) gebruycken de struycken daer van om daer vier mede te maken : ende van de asschen van de selve maken sy hun loogen. De bladeren dienen hun voor richelen oft schalien / om hunne huysen daer mede te decken. Sy perssen daer oock een sap uyt / het welck gesoden zijnde voor honigh streckt : ghesuyvert zijnde dient het voor suycker : met een ander wortel gemenght (die Ocpatly wordt gheheeten) wordt het wijn / die hun uytermaten droncken / maer stinckende van adem maeckt. Uyt de ionghe spruyten ende kleyne bladerkens maken sy een conserve. Het sap dat uyt de bladeren op heete kolen ghebraden zijnde vloeyt / is goedt om de wonden ende zeeren te genesen. Het sap van de wortelen ende ionghe spruyten met sap van Alsen van die landen vermenght / geneest de beten van de adderslangen. De bladeren dienen oock om daer papier af te maken : men pleegh daer oock wel netten / matten / riemen / koorden / basten / iae oock hemden ende mantels af te maken / ende twijn oft garen om mede te naeyen / als betuyghen die dat ghesien hebben.

Sommige verhalen / dat die van America de pocken met dit gewas aldus ghenesen. Sy nemen een stuck van dese bladeren / ende snijden dat in kleyne snippelinghen; die sy in eenen grooten aerden pot met water doen / ende wel dry uren laeten sieden / nae dat sy den pot wel dicht met slijck toe gheplackt hebben: dan nemen sy dien pot soo heet ende siedende van den viere / ende doen hem open / latende den krancken den roock die daer van op gaet in den neuse ende mondt ontfanghen : waer door hy soo sterckelijck sweetende wordt / dat hy van die sieckte meestendeel gheneest. Oft oock sy braden een bladt van dit ghewas op heete kolen / ende laeten den siecken dien roock ontfanghen als voren. Maer desen roock maeckt de krancke soo slap ende onsterck / dat sy die niet langher dan dry daghen verdraghen en konnen : in welcken tijdt niet ghenesende / moeten hun met andere gheneesdinghen behelpen.

 

^Naar het begin van deze pagina